13 jul 2018

De auto moet zich aanpassen

‘De auto moet zich aanpassen, de lokale straten moeten op maat van voetgangers en fietsers zijn. Bij compromissen heeft niemand baat.’

 

De strijd om de straat woedt. We sturen te veel soorten verkeer door te weinig ruimte. Ook in onze gemeente zijn hier voldoende voorbeelden voor. De Schoolstraat in Bunsbeek is daar één van. De grote uitdaging: hoe gebruiken we de beschikbare ruimte om veilige, aangename, bereikbare woonwijken te maken? In een vandaag verschenen artikel in De Standaard buigen enkele experts zich over deze kwestie en concluderen dat het radicaal anders moet. Een samenvatting:

 

  1. Autoverkeer omleiden
    Lokale besturen, maar ook de Vlaamse overheid, moeten kordater zijn bij de toekenning van de ruimte. In Nederland bestaan drie categorieën van wegen die elk welomlijnde kenmerken en voorwaarden hebben. De ‘doorstromingswegen’ zijn volledig op autoverkeer gericht. De ‘ontsluitingswegen’ voeren alle verkeer in en uit de woonkernen en -wijken. Zij hebben altijd een afgescheiden fietspad of, in uitzonderlijke gevallen, op zijn minst een fietsstrook. Tot slot zijn er de ‘erftoegangswegen’, zeg maar lokale wegen. Die liggen altijd in een zone 30 en alle doorgaand verkeer is er uitgesloten. De enige auto’s, vrachtwagens of bussen die erin mogen, zijn degene die die in die straat moeten zijn. ‘Vlaanderen moet af van de neiging om auto’s altijd zo ver mogelijk in de kern te laten doordringen’, zegt Dirk Dufour van adviesbureau Tridée. ‘De intensiteit van het autoverkeer moet omlaag, vooral in lokale straten. Zo komt meer ruimte vrij voor fietsers en voetgangers.’

  2. Knippen
    Door op strategische plekken een doorgang – een straat of kruispunt – weg te halen, kan je soms hele wijken kalmeren en veiliger maken. Alles blijft bereikbaar, maar het autoverkeer moet langs één welbepaalde invalsweg rijden.
    Toch is de aversie voor knippen groot. ‘Als je aan lokale besturen vertelt dat ze zullen moeten knippen, trekken ze bleek weg. Ze weten dat niemand graag zijn gewoonten, zijn bekende wegen verlaat. Maar zonder knippen zal het niet lukken.’

  3. Leesbaar maken:
    Weggebruikers moeten in één oogopslag kunnen zien op welk type weg ze zich bevinden. De auto, vrachtwagen of landbouwvoertuig moet weten wanneer hij zich op terrein bevindt dat eigenlijk niet op zijn omvang en snelheid voorzien is. Weer wordt er naar Nederland verwezen. Daar worden lokale wegen al decennialang aangelegd in klinkers. De straten die voorbehouden zijn voor fietsers, zijn rood geschilderd. Iedereen kent zijn plaats en past zich daaraan aan.

  4. Snoeien in parkeerplaatsen:
    Een laatste tool om de evenwichten in onze woonkernen te herstellen is snoeien in parkeerplaatsen. ‘De gemiddelde rijtijd van een private wagen is 56 minuten per 24 uur. De andere 23 uur staat hij stil. Er zijn 4 miljoen wagens in Vlaanderen. De gemiddelde ruimte voor een parkeerplaats is 30 vierkante meter. Alle wagens samen nemen 12.000 hectare in. Dat is bijna de omvang van het Brussels Gewest, dat is absurd!’, zegt Leo Van Broek, de Vlaamse Bouwmeester. Minder parkeerplaatsen moeten autogebruikers aanzetten om naar alternatieven te zoeken, zoals het openbaar vervoer, autodelen en de fiets.

  5. Kantelpunt:
    Vincent Meerschaert van adviesbureau Traject voelt ‘dat in veel gemeenten de switch stilaan gemaakt is’. ‘Iedereen begint te beseffen dat we de status van de auto moeten herzien, zonder hem te demoniseren’, zegt Dirk Dufour van Tridée. ‘De evolutie is al heel lang aan de gang, maar ze gaat moeizaam. De auto is zo diep in ons dagelijks leven ingesleten, dat we hem er nog moeilijk uitkrijgen. Maar als we binnen tien jaar op deze periode terugkijken, zullen we beseffen dat we ons op een kantelpunt bevinden.’

 

Lees het volledige artikel:

http://www.standaard.be/cnt/dmf20180712_03611139

 

#hetkananders

 

Reacties

Vennligst sjekk din e-post og klikk på lenken for å bekrefte din nye e-postadresse.